![]() |
Home | kalender |
|
|
OECUMENE IN RONSE (1)Op vrijdag 22 januari 2010 kwamen we als een evangelische 'kleine kudde' bijeen in de protestantse Hemelvaartskerk voor onze jaarlijkse gebedsviering in de week voor de eenheid onder christenen. Het was een eenvoudig, stemmig avondgebed waarin dominee C. Bultinck een verhelderend historisch overzicht bracht aangaande die pogingen om de eenheid te herstellen. Van katholieke zijde peilde deken M. T'Joen naar de redenen waarom christenen ten diepste toch altijd één zijn. We beginnen met de publicatie van deze tweede overdenking en brengen volgende week de historische schets. Alvast past een woord van dank voor de perfecte voorbereiding en uitvoering en de verzorgde, hartelijke ontvangst nadien. Leve de eenheid! Wat verenigt alle christenen? Men heeft meer dan eens de indruk dat de oude kwaal van de mensheid ook de Kerk teistert, de Babelse verdeling. Vanaf Paulus in Korinte tot vandaag kan de vraag gesteld worden: ‘Is Christus dan in stukken verdeeld?’ (1 Kor 1, 13) Dan is het aan de tijd die andere, hogere vraag te stellen wat alle christenen van alle tijden en plaatsen, culturen en gezindten altijd, hoe dan ook, gelukkig verenigt en verbindt. Minstens drie eenvoudige en klaarblijkelijke antwoorden kunnen naar voren gebracht worden. Christenen erkennen – zoals hun naam aangeeft – dezelfde Heer, Jezus van Nazaret. Deze zien ze als groter dan een wijze, een profeet. Ze maken de grondigste verbinding: deze gelokaliseerde en gedateerde mens Jezus is de Heer, de Messias, de Christus; of om met bijbelse beelden, ontleend aan het vierde evangelie, te spreken: Jezus is de Herder, de Deur, het Woord, het ware Licht, de Weg, de Waarheid, het Leven. Deze vinding mag vreemd klinken, ze is het niet. Alle mensen zoeken naar de laatste waarheid, waarde, naar de ultieme bron van diep geluk. Voor christenen is het ultieme niet gelegen in een wijsheid, een gedachte of gedachtensysteem, een waardenpatroon. De laatste waarheid is Iemand, een aantrekkelijke en lichtende Persoon, de Heiland, de Gids naar het geluk. Met de eerste leerlingen belijden ze: ‘We hebben de Messias gevonden!’ en ‘Heer, naar wie zouden we gaan? In uw woorden vinden we inderdaad eeuwig leven’ (Joh 1, 41; 6, 68). In die zin wringt de gestelde vraag: ‘Wat verenigt alle christenen?’ Vanuit het antwoord moet ze luiden: ‘Wie verenigt alle christenen?!’ Vervolgens vereren alle christenen, dankzij Jezus, de Christus, éénzelfde God. Ook dit niet mensenvreemd. Mensen zijn gericht op het hogere. Van oudsher wordt het hoogste God genoemd. Dit kan een afgod zijn , een mindere waarde of de éne God van andere wereldreligies. Eigen aan christenen is dat zij via Jezus naar God toegaan. Aan Hem danken zij de heerlijke wetenschap wie God in Zich is, drie-ene Liefde. Jezus noemt God zijn ‘Abba’, lieve Vader. Hij is dus de Zoon. Hun liefdeverbinding is de Heilige Geest. Naar het sublieme inzicht van Augustinus is de Vader de Minnende, de Zoon de Beminde, de Heilige Geest de goddelijke Liefde. Dit christelijk geloof verklaart waarom mensen altijd op weg zijn, uittreding, beweging zijn naar de anderen, de Ander, dat ze daarzonder vereenzamen en verschrompelen, onheil stichten door tegen elkaar in dodend te leven. Omdat de laatste Grond van het bestaan de goddelijke Relatie is, zijn mensen van nature bestemd, geroepen, in beweging gebracht, rusteloos en onophoudelijk, om voor anderen, in de Ander, ‘naar zijn beeld en gelijkenis’ te bestaan. Ten derde kennen alle christenen hetzelfde éne gebod. Christenen leven welbeschouwd niet onder de druk van tal van geloofstellingen, verboden, geboden. Er is slechts één centraal, lichtend geloofspunt dat tot navolging dwingt: God is drie-enigende Liefde. Vandaar het grote gebod dat Jezus bij zijn afscheid aan zijn leerlingen voorhoudt: ‘Met de liefde die de Vader Mij heeft toegedragen, heb Ik jullie liefgehad. Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben met de liefde die Ik jullie heb toegedragen.’ Die liefde wordt als wil tot eenheid ingevuld in het gebed waarmee Jezus zijn afscheid bezegelt: ‘dat ze allen één mogen zijn. Zoals U, Vader, in Mij bent en Ik in U, zo moeten zij in Ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat U Mij hebt gezonden’ (Joh 15, 9.12; 17, 21). Dat de Heer die zijn leerlingen verenigt en hun het zicht opent op Gods liefde-zijn, zijn afscheid biddend bezegelde, houdt de lering in dat het christelijk geloven en beleven enkel biddend levendig gehouden kan worden: Heer Jezus, wij danken U dat wij in U mogen geloven en uw naam dragen: ‘christen!’ Wij belijden U als de Christus. Met alle mensen zijn wij zoekers naar hét geluk. U hebt woorden van eeuwig leven, U alleen. U stelt daden van liefde, U alleen. Alle armen gaan U ter harte en onze laatste armoede hebt U gedeeld: de dood. De dood in zijn vele gezichten: van eenzaamheid over pijn tot strijd, tot dood. Wij danken U dat U ons de Vader hebt getoond de Vader die allen bemint in zijn zorg dragen en omvatten wil. Wij danken U dat U de Geest die U draagt en bezielt in ons overdragen wilt. Wij danken U om uw enig, heerlijk gebod: ‘Bemin elkaar zoals Ik u heb liefgehad.’ Verenig velen door de werking van uw Liefdegeest in uw éne Gemeente dat wij een toorts van hoop mogen zijn in een zo pijnlijk verdeelde wereld. Amen. M. T’Joen OECUMENE IN RONSE (2)We vervolgen met de overdenking van protestantse zijde tijdens de gebedsbijeenkomst in de Hemelvaartskerk van vrijdag 22 januari 2010. Graag geven we ook mee dat als u iets wil zien van het aalmoezenierswerk (in de Rijksgevangenis van Dendermonde) van dominee Bultinck die gastspreker was in Ronse, u kunt afstemmen op Eén, zondag 7 maart e.k. om 9u30 met herhaling op Canvas 's avonds laat voor een programma daar aan gewijd, onder de titel 'Geboeid geloven'. De gebedsweek voor de eenheid van de christenen in 2010 is in zekere zin een jubileum. Honderd jaar geleden, in 1910, was er een grote internationale zendingsconferentie in Schotland onder leiding van John Mott. Deze conferentie wordt doorgaans beschouwd als het “startschot” voor het ontstaan van de Wereldraad van Kerken. In deze overdenking wil ik met zevenmijlslaarzen een wandeling maken door de geschiedenis van de oecumene. En vooral stilstaan bij de pogingen die werden ondernomen om de “gebroken scherven” te lijmen. Om de van elkaar gescheiden kerken te herenigen of bij elkaar te houden. Het zal u wellicht verbazen, maar de geschiedenis van de oecumene begint al in de tijd van het Nieuwe Testament. Er ontstaat in de vroege kerk een geschil over het feite of niet-joden die christen willen worden eerst joods moeten worden eerdat ze als christenen zouden kunnen worden beschouwd. Er is een belangrijke vergadering voor nodig om een duidelijke besluit omtrent dit geschil te nemen en de eenheid van de Kerk te bewaren. Ik zou het kunnen hebben over de pogingen van de romeinse keizers om de eenheid van de kerk te bewaren door het organiseren van oecumenische concilies, maar deze uitwijding is een verhaal op zich. De eerste grote scheuring in de Wereldkerk is die tussen de kerk in Oosten met vier patriachaten en de kerk in het Westen met één patriarchaat, nl. dan van Rome. Deze grootste kerkscheuring heeft plaats in de 11de eeuw. Het is goed om weten dat met het daar niet bij heeft gelaten, maar dat kerkleiders van de Oosterse kerk en van de Westerse Kerk nog tijdens de Middeleeuwen bij elkaar zijn gekomen om te pogen de kerk terug te herenigen. Men kwam o.a. het getal van de sacramenten overeen en enkele andere zaken. Maar het heeft niet mogen baten. De grootste kerkscheuring uit de geschiedenis bleef bestaan. Ook de Westerse kerk kende een grote scheuring in de 16de eeuw. De kerkscheuring tussen katholieken en protestanten. Naast alle strijd die toen werd geleverd blijken velen te vergeten dat er ook pogingen zijn geweest om de Kerk in het Westen te herenigen of op de valreep bij elkaar te houden. Tijdens de eerste zitting van het Concilie van Trente werd er door de concilievaders een delegatie protestanten ontvangen. In het verdere vervolg van het Concilie bleek dit niet meer mogelijk. Toch is de generale overste van de kloosterorde van de augustijnen (de kloosterorde waaruit de protestantse hervormer Maarten Luther kwam), generaal overste Seripando, blijven onderhandelen tussen de protestanten en de concilievaders. Hij had het zover gekregen in zijn onderhandelingen tussen de strijdende partijen, dat de protestanten bereid waren terug te keren naar de Rooms-Katholieke Kerk op slechts twee voorwaarden, nl. dat de communie zou worden bediend onder beide gedaanten ( dat de leken zowel brood als beker krijgen aangereikt tijdens de communie) en dat de celibaatplicht werd opgeheven (ondertussen waren reeds vele priesters die protestants dominee waren geworden getrouwd). Deze laatste reddingspoging om de eenheid van de Kerk te herstellen en te bewaren van de generaal overste van de augustijnen werd echter door de concilievaders van de hand gewezen. Het zal duren tot de 19de eeuw eerdat er opnieuw voorzichtige gesprekken worden opgestart. Bekend zijn de “Mechelse gespreken” tussen katholieken en anglicanen in het midden van de 19de eeuw. Om terug te keren naar de internationale zendingsconferentie van 1910. Protestantse zendelingen uit verschillende kolonies bogen zich tijdens deze conferentie over de vraag of het wel zinvol was om de kerkelijke verdeeldheid onder de protestanten ook verder te zetten in de jonge kerken in de kolonies. Pogingen om tot een Wereldraad van Kerken te komen werd opgestart en echter twee keer opgehouden. Eerst door de 1ste W.O. en vervolgens door de 2de W.O. Maar in 1948 hetzelfde jaar dat de Verenigde Naties wordt opgericht wordt ook de Wereldraad van Kerken opgericht. Eerst bestaande uit alleen protestantse kerkgenootschappen, vanaf de jaren 60 van de 20ste eeuw treden ook orthodoxe kerken toe. De hoofdzetel wordt gevestigd te Genève. Ondertussen is er ook een grote vernieuwing in de Rooms-Katholieke Kerk met het 2de Vaticaanse Concilie. Dit Concilie erkent de christenen uit de andere Kerken als afgescheiden broeders en zusters. Er ontstaat een ‘Congregatie voor de bevordering van de Eenheid onder de Christenen’. Op vele vlakken komt er overleg. Met volle medewerking van de katholieke medechristenen wordt er in 1982 een zéér belangrijk document uitgeven. Het zogenaamde B.E.M. rapport. Over de kerkelijke ambten en de sacramenten. Uitmuntende katholieke theologen zoals de dominicaan Yves Congar doen schitterende voorstellen over hoe de herenigde christenheid er zou kunnen uitzien. Ik denk aan zijn boek uit 1980 “Unité et diversité”. “Moet het één kerk worden of is het ook denkbaar dat er een ‘gemeenschap van kerken’ komt”, schrijft Yves Congar. Een wereldwijde kerkgemeenschap waarin elke bestaande kerkelijke traditie haar eigenheid kan bewaren, maar toch verenigd is. Eenheid in verscheidenheid! Zo ongeveer was het geweest in de eerste vijf eeuwen van het christendom. Is deze formule opnieuw denkbaar? “De oecumene is als een vliegtuig dat opstijgt en een vlucht maakt”, stelde onlangs de nieuwe bisschop van Antwerpen. “Het moet eerste grote snelheid maken op te kunnen starten en op te stijgen. Eenmaal op kruissnelheid lijkt het zich te stabiliseren. Maar het is wel onderweg naar een luchthaven. Het heeft wel een bestemming”. Laten ons bidden voor een verdere goede vlucht voor de oecumene, zowel over de gehele wereld als voor de plaatselijke oecumene hier te Ronse! Amen. Ds. Christian Bultinck, consulent van de protestantse Kerk te Ronse. |
|
Laatste wijzigingen: 05/02/10 @ 23:41 CET | 48.4 msec © Copyright 2003-2010 Dekenaat-ronse.be Powered by SiteEdit © 2002-2010 |