![]() |
Home | kalender |
|
Dekenaat Kapellen Wittentak Actualiteiten Comité Historiek Home Lied CD De oude kapel Restauratie toren Korte historiek Mariadevotie gisteren en vandaag |
MARIADEVOTIE GISTEREN EN VANDAAG (DEEL 1)Mei, de Mariamaand bij uitstek, ligt nog vers in het geheugen en dan dient zich snel de noveen van Onze-Lieve-Vrouw van Wittentak aan. Een uitstekende gelegenheid om even stil te staan bij de Mariadevotie, zoals we die in het verleden kenden, en bij de verering die vandaag de dag nog maar vrij beperkt van haar kracht heeft ingeboet. Wie kan ons in het onderwerp beter wegwijs maken dan E. H. Deken Michel T’Joen… - D.: Hoe is het gesteld met de huidige Mariadevotie? M. T.: In de jaren ’60-’70 van de vorige eeuw zag het er naar uit dat (mariale) bedevaartplaatsen weinig toekomst hadden. De Franse expert René Laurentin schreef toen het kritisch werk ‘Het mariale vraagstuk heden’. Mariaverering en bedevaartoorden hoorden thuis in de ‘volksdevotie’ waarvoor geen plaats meer zou zijn in een moderne, rationele leefwereld. Vreemd genoeg stellen we 40 jaar later vast dat er wel een neergang is in de kerkelijke praktijkgang, maar dat de Mariaverering, vooral met de concentratie rond de Europese bedevaartoorden, stevig overeind blijft. D.: Is dat ook zo in onze eigen Vlaamse Ardennen? M. T.: Uiteraard heb ik een boontje voor Onze-Lieve-Vrouw van Wittentak. Allicht heeft dat te maken met het feit dat ik op 25 maart 1998 – feest van Maria Boodschap! – pastoraal verantwoordelijke voor Ronse werd. Maar ik propageer ook de andere mariale plekjes als daar zijn: O.-L.-Vrouw van Lorette, het Montfortaans kerkje van D’Hoppe met een stemmige Lourdesgrot, de prachtige neogotische Lourdeskapel boven op de Kruisberg. Overigens wordt op voorstel van het Centraal Kerkbestuur een inventaris aangelegd van alle (Maria)kapellen op het grondgebied van de stad, om ze in stand te houden of te renoveren. Aanpalend zijn er de blikvangers in Kerselare-Oudenaarde, O.-L.-Vr. van de Oudenberg in Geraardsbergen en, even over de taalgrens, in Montroeul-au-Bois. D.: Zijn die verbonden met een wonder, een legende, een verzoek? M. T.: Elke bedevaartplaats heeft haar eigen verhaal. De eerste kapel van Wittentak werd in 1639 gebouwd uit dank voor het wijken van de pest die Ronse teisterde. Het Mariabeeldje zelf is ouder (1439) en wordt bewaard in de kerkschat van St.-Hermes. De Lorettekapel in de IJsmolenstraat werd in 1676 gebouwd om de bewoners van die wijk de gelegenheid te bieden er de zondagsmis bij te wonen. Een dergelijk motief speelde ook mee bij de bouw van het kerkje van O.-L.-Vr. van Lourdes in D’Hoppe. Aan een persoonlijke devotie danken we het beeldje van O.-L.-Vr. van Kerselare (1441), alwaar in 1455 een eerste kapelletje werd opgetrokken. Meer legendarisch (redding uit noodweer) is de aanleiding voor de bouw van de eerste kapel van de Oudenberg (1294). Het Mariabeeldje dat er aanbeden wordt, komt uit Peruwelz (1648). In al die verhalen hing het beeldje aanvankelijk in een boom (zo Wittentak en Kerselare, vandaar de naam!). D.: Is Maria de belangrijkste heilige die aanbeden wordt? Is er een vergelijk met andere (patroon)heiligen? M. T.: De katholieke Kerk maakt een scherp onderscheid tussen de aanbidding van God alleen en de verering van de heiligen die niet meer dan voorbeeldige medemensen zijn. Heiligen hebben een dubbele functie. Ze zijn een voorbeeld van authentiek christelijk leven en christenen kunnen hun voorspraak bij God inroepen. Maria neemt onder alle heiligen de eerste plaats in omdat zij de Moeder van Christus is en de eerste en meest voorbeeldige gelovige. D.: Waarom is mei de Mariamaand bij uitstek? M. T.: De toewijding van een maand aan Maria is zeer oud. De Koptische Kerk kende dit sinds de 5de eeuw! De toewijding van de meimaand aan Maria is in Europa een verchristelijking van oude voorjaarsvieringen op het einde van de middeleeuwen. De hedendaagse viering ontstond tegen het einde van de 17de eeuw in Italië en verspreidde zich gedurende de 19de eeuw bij ons. Ook in de 19de eeuw werd de oktobermaand de rozenkransmaand. Damien Van Wambeke MARIADEVOTIE GISTEREN EN VANDAAG (2)Wij vervolgen ons vraaggesprek met E. H. Deken M. T’Joen D.: Welk publiek komt nog op de Maria-oorden af? Is er een terugval en is die opvallend? M. T.: Opvallend is dat er geen terugval is! Het publiek is gevarieerd. In Ronse stellen we vast dat groepen soms van ver op bedevaart komen, maar jammer genoeg ook dat kinderen en jongeren nagenoeg afwezig zijn. Er komt een kern van trouwe praktiserende katholieken, maar daarnaast ook verschillende ‘kerkvreemde gelovigen’. D.: Volksbedevaarten hielden ook in: bedevaartvaantjes, devotieprentjes, kaarsen, offersteentjes… Hoe is het daarmee gesteld? M. T.: Het meest in trek zijn devotiekaarsen. Ze hebben een diepe symboliek. Licht is teken van hoop. Kaarsen hebben ook iets van zelfgave, van offer, met dikwijls daaraan gekoppeld een blijvende vraag, een smeekbede of een dankbetuiging. Als priester trachten we de verering inhoud te geven. Een gebedskaart met een afbeelding van het genadebeeld, een medaille als teken van toewijding en vertrouwen, een informatief blad over de bedevaartplaats, dat alles helpt oriënteren en motiveren. D.: Is de term ‘moeder’ voor de Mariaverering niet de bron van het blijvend succes? M. T.: Inderdaad. De ‘moeder’-band is bepalend voor elke mens. Doorheen de geschiedenis werkt dit gegeven door in vele vormen van religiositeit. Christelijk gezien is dit uitgezuiverd in de Mariaverering. Maria is niet alleen de moeder van Jezus maar de moeder van alle christenen. Ze beschermt hen door haar voorspraak en voedt hen als het ware op door haar voorbeeld van geloof, dienstbaarheid, sterkte in tegenslagen, gebed, trouw en eenvoud. In die zin verstaat de Kerk het testament van de stervende Christus: ‘Ziedaar uw moeder!’ Maar nogmaals, Maria is geen moedergodin, maar louter mens, volkomen mede-mens! D.: Wat is een noveen eigenlijk? Hoe zag die er vroeger uit? En nu? M. T.: Een noveen is een gebedsperiode van 9 dagen, ter verkrijging van een gunst. Het vroegste christelijke voorbeeld is de Pinksternoveen, waarop in de Handelingen van de Apostelen gealludeerd wordt. De jaarlijkse noveen die we op Wittentak houden, verschilt allicht niet veel van vroegere tijden. Mensen komen dagelijks, of één, of enkele keren naar het bedevaartoord om er persoonlijk of gemeenschappelijk te bidden. Het rozenkransgebed en de eucharistie zijn vaste ingrediënten. In de homilie trachten we op basis van de Bijbellezingen van die dag een actuele geloofsinhoud te geven aan de zinzoekende bedevaarders. D.: Is op bedevaart gaan tegenwoordig een individueel gebeuren of vooral een groepsinitiatief? M. T..: De twee kun je nooit scheiden. Mensen zijn ‘persoon’, nooit kil individu, altijd ook gemeenschapswezen. Wel heeft ieder zijn eigen verhaal, maar een bedevaartplek is een gemeenschapsplaats en dat is al versterkend: dat je er niet alleen voor staat. D.: Welke boodschap over Mariadevotie wilt u als priester en deken aan de lezer meegeven? M. T..: Een boodschap van hoop en vertrouwen. Je bent niet alleen met je vragen en problemen. Er is een richting voor je levensweg. Vertrouw je zorgen toe aan de Moeder van de Heer en volg dan Haar weg, de weg van de echte waarden: geloof, eenvoud, dienstbaarheid. D.: Welke middelen zijn er om het geloofsbewustzijn via de bedevaartoorden weer te versterken? M. T..: Het belangrijkste middel is de verkondiging of evangelisatie. Het komt er op aan, nu, vandaag, aan elkaar Gods goede boodschap door te geven. Verkondigen moet altijd vanuit de Bijbel komen en gericht zijn op het hart van elke mens. Verkondiging moet ook moedgevend zijn. Op bedevaart gaan heeft dit streepje voor: we ondervinden aan den lijve 3 zaken, met name: we zijn op weg, sámen, en met als voorbeeld Maria, de eerste gelovige, de Moeder van de Heer en onze moeder. Bedevaarten zijn ook een kans om jongeren religieus te motiveren. Samen op tocht gaan en tot bezinning komen houdt een grote kans in om ze zingeving aan te reiken. Misschien een wenk naar catechesegroepen en scholen toe…? D.: Misschien nog een persoonlijk overtuigingselement? M. T..: Persoonlijk heb ik altijd kracht geput in de Mariafiguur. Zij heeft mij geleerd dat het leven eenvoudig is, dat het erop aankomt verbonden te leven, in de ruimte van het Magnificat, vertikaal met God en horizontaal met alle mensen, op de eerste plaats de armsten. Dat geeft puur geluk en vreugde. Damien Van Wambeke |
|
Laatste wijzigingen: 21/06/09 @ 15:23 CET | 34.7 msec © Copyright 2003-2012 Dekenaat-ronse.be Powered by SiteEdit © 2002-2012 |