Home | kalender
 
Jubileum Zuster Therese

- Zuster Therese

- Homilie

- Fotoalbum

Wat Liefde vermag (1)


Publicatie van Kan. L. Collins homilie t.g.v. het jubileum van Zr. Thérèse op 17 juni 2006.

Liefde… hoe ijl en leeg klinkt dit woord niet te midden van een wereld en een samenleving vol haat en geweld? Hoe bitter smaakt het niet in de mond van mensen die vereenzamen in onze maatschappij of van hen die gekwetst worden door een gebroken relatie? Welke uitgeholde betekenis heeft het niet in de show- en filmwereld? Toch is het verlangen naar liefde heel groot. De song van de Beatles "alle you need is love!" doet het nog altijd. Liefde heeft elke mens broodnodig. Het is de drijvende kracht die ons gaande houdt, de levenwekkende kracht die ons gelukkig maakt.

Weten we echter wel wat liefde is? Je kan er heel wat over lezen en horen, maar het meest leer je van liefhebbende mensen zelf. Zij laten je aanvoelen wat liefde van iemand vraagt, welke vreugde het teweegbrengt, hoeveel gratuïteit erin steekt. Deze ervaring van menselijke liefde is ontzettend kostbaar, niet alleen voor je menselijke groei, het is ook de weg waarlangs je vaak Gods liefde ontdekt. Liefde van en voor anderen doet je zoeken naar het geheim van alle liefde en dit ligt niet in onze handen.

Hoeft het ons te verwonderen dat Zuster Thérèse voor deze eucharistieviering deze evangelielezing uit de afscheidsrede van Johannes (Joh 15,9.11.15-17) heeft gekozen en waarin wij Jezus horen spreken over Zijn liefde tot de Vader en Zijn leerlingen? Niemand beter dan Hij kan ons leren wat liefde is. Zijn leven is één groot liefdesverhaal dat zijn voltooiing kent in de zelfgave op het kruis. Terecht mag Hij ons oproepen tot liefde. De woorden die Hij spreekt, heeft Hij zelf tot werkelijkheid gemaakt. Hij heeft gedaan wat Hij ons vandaag voorhoudt: "Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden" (v. 12). Misschien hebben de eerste christenen ook pas achteraf de inhoud van deze woorden begrepen en is het daarom voor ons zinvol ze pas nu te horen in de eucharistieviering, wanneer de paaservaring reeds een stukje in ons gegroeid is nu de Paastijd vorige week werd besloten.

De lezingen van deze jubileumviering houden voor ieder van ons een hoopvolle en bemoedigende boodschap in. Al te vaak immers worden we belast met de negativiteit in de grote wereld en rondom ons. Jongeren klagen wel eens over het te sterke pessimisme van volwassenen. Hun enthousiasme wordt soms te vlug ontnuchterd. Zij horen nog zo weinig zeggen dat het leven de moeite waard is, dat liefde niet alleen een opgave maar ook een gave is, dat de toekomst niet noodzakelijk onheilspellend hoeft te zijn, dat geloven je gelukkig kan maken.
Aan de vooravond van Zijn lijden en sterven zegt Jezus nog eens uitdrukkelijk aan Zijn leerlingen dat de Vader hen liefheeft. Zij moeten dit geloven voor altijd, ook wanneer Hij niet meer bij hen zal zijn om hen dit te zeggen en voor te leven. God is geen afstandelijke God, die vanuit Zijn hoge hemel op de mensen toeziet. Hij is Iemand die om hen bekommerd is en niets anders verlangt dan dat zij zouden delen in Zijn vreugde. Deze ervaring wou Jezus in hen laten groeien.

Geloof jij eveneens dat God het beste met je voorheeft omdat Hij jou bemint? Dit besef vormt eigenlijk de inhoud van ons geloof. Geloven is niets anders dan aanvaarden dat de Vader je liefheeft op een unieke, respectvolle en scheppende wijze. Hij heeft jou, persoonlijk gewild en hoopt dat jij Hem zult ontdekken in je leven. Doch Hij laat je hierin vrij en desnoods wacht Hij maanden, jaren lang. Heel wat mensen vandaag haken hier af. Het is voor hen onmogelijk te spreken over de liefde van iemand die je niet ziet en van wie je het bestaan niet kan bewijzen. Kan je aantonen dat een medemens jou graag ziet? Je staat dus voor dezelfde onmacht, waartegenover je enkel een aantal ervaringen kan plaatsen, momenten en situaties die voor jou een "teken" waren van Gods liefde. Deze tekenen kunnen heel verschillend zijn voor elkeen, doch telkens gaat het om de herkenning van een nabijheid, nu eens het plotse besef dat je niet alleen staat, dan weer de langzame bewustwording dat de Heer met jou op weg is. Misschien zing je af en toe het lied: "Gij komt tot ons gans onverwacht in duizend, duizend dingen…" Indien we dit meer konden beamen vanuit ons dagdagelijks leven, dan zouden we blij en verwonderd God vaker kunnen danken voor de zorg waarmee Hij ons omringt.


WAT LIEFDE VERMAG (2)


Het evangelie spreekt echter nog over een tweede beweging. Zoals elke liefde vraagt om wederkerigheid, zo wil ook Gods liefde voor ieder van ons beantwoord worden. Bemind worden nodigt uit om zelf te beminnen, niet enkel diegene die jou liefheeft, maar allen die het leven jou schenkt. De verbondenheid van de Vader met de Zoon, of deze van God met de mens wordt nergens in de lezingen beperkt tot de gesloten cirkel van een ik-gij-relatie. Telkens weer wordt de kring geopend, ook hier in de afscheidsrede. Wat de leerlingen ontvangen heben moeten ze doorgeven. Er is maar één gebod: heb elkander lief. Voor Jezus is dit het énige antwoord op de liefde van de Vader. Treffend hierbij is wel de persoonlijke toon, waarin dit alles gezegd wordt. De twaalf worden vrienden genoemd en aan hen vraagt Hij: heb "elkaar" lief. Deze oproep situeert zich duidelijk binnen de relatie van mens tot mens. Dit neemt de bekommernis voor de grote wereld en haar problemen niet weg, maar legt wel een bepaald accent, namelijk dat het echte liefdeswerk thuis gebeurt, bij hen en voor hen met wie je dag in dag uit leeft. Deze kleine wereld kan je omvormen en maken tot een stukje hemel op aarde. Déze kleine kring van mensen kan een "teken" zijn, dat verwijst naar de uiteindelijke bestemming van alles en iedereen, een oase van rust en vrede, die zegt dat liefhebben kan, ook nu in deze kille, verscheurde wereld.

Hoe we dat kunnen doen wordt zeer duidelijk gesteld in de eerste lezing die wij hoorden uit de profeet Jesaja. Hoe Marie-José Van Hecke dat de voorbije vijftig jaar als religieuze van de gemeenschap der Zwartzusters Augustinessen van Gent heeft gedaan, dat vieren wij vandaag hier samen. Als oudste dochter in een gezin van drie geboren te Merendree in 1937, verhuisde ze met haar familie naar Merendree en liep ze school te Oostwinkel bij de Zusters Vincentius à Paulo. Als jong meisje verhuisde ze dan met haar familie naar Lens-sur Geer en daar leerde ze Frans. In het spoor van haar tante, Zuster Vinciane en haar nicht, onze goede zuster Agnes, ging ze in op de uitnodiging van de Heer en trad binnen bij de Zwartzusters Augustinessen van Gent op 25 maart 1955. Ze werd er ingekleed en deed er haar professie op 10 oktober 1955 terwijl ze te Ronse op Hogerlucht verpleegkunde studeerde en ingeschakeld werd in de thuisverpleging van het Wit-Gele Kruis waarmee de Zustergemeenschap te Ronse in de lijn van de eeuwenoude traditie van de Zwartzusters van Gent was begonnen. Samen met Zuster Rita leerde ze daarom ook auto rijden zodat fiets, vespa en solex aan de kant bleven, geen overbodige luxe in de Vlaamse Ardennen. Van 1965 tot 1970 was ze medeoprichtster van "La croix Jaune et Blanche te Henegouwen, afdeling Doornik en haar kennis van het Frans kwam haar hierbij goed van pas.
Na 5 jaar was ze terug te Ronse als hoofdverpleegkundige van de afdeling Ronse-Kluisbergen-Maarkedal en dat bleef zij 35 jaar lang tot haar pensioen, nu enkele jaren gelededen. Over haar grote inzet voor haar Wit-Gele kruis wil ik hier niet verder uitwijden… maar het was gegrondvest op een grote lifde voor de mensen en geïnspireerd op de Blijde Boodschap van de Heer. Sinds 1975 is ze verantwoordelijke voor de kloostergemeenschap te Ronse en als raadzuster is ze van nabij betrokken bij het bestuur van de congregatie, als beheerder van Rustoord Avondvrede bij het beheer van het Rust- en zorgcentrum dat vanuit de kloostergemeenschap is gegroeid en sinds enkele jaren op eigen vleugels vliegt…
De boodschap van de evangelielezing van vandag aangevuld door de kloosterregel van Sint-Augustinus blijft bij dit alles voor Zuster Thérèse het kompas dat haar leven richt… in goede en kwade dagen… en daar zijn wij haar en de Heer dankbaar voor.

De oproep "heb elkaar lief" uit het evangelie klinkt eenvoudig en overbekend. Toch heeft het iets verrassend baanbrekend in zich. Het kan wonderen bewerken, indien wij mensen meer zouden doen wat hier staat, niet omdat wij ineens een veel betere generatie zijn geworden, maar omdat wij sterker beseffen dat wij het gebaar van liefde die geschonken wordt, zelf moeten herhalen. Dan zullen wij werkelijk Zijn "leerlingen" worden, Zijn "vrienden", kleine mensen die God mogen beminnen, met de liefde die Hij hen zelf toedraagt.

Dat tracht onze goede medezuster Thérèse nu al meer dan 50 jaar binnen deze religieuze gemeenschap. Dit alles maakt ons dankbaar en laat de vreugde van de kinderen Gods in ons groeien. In die vreugde willen wij samen eucharistie vieren.

L. Collin

  | Afdrukken |Zoeken |SiteMap | Mail ons





Laatste wijzigingen: 09/08/06 @ 03:44 CET | 34.2 msec
© Copyright 2003-2012 Dekenaat-ronse.be
Powered by SiteEdit © 2002-2012