Home | kalender
 
Dekenaat

Religieuze gemeenschappen

Broeders van Liefde

Broeders van O.L.Vrouw van Lourdes

Zusters van Maria

Zusters van Barmhartigheid

Zusters Augustinessen

Zrs Dominicanessen van Bethanië

Home


ZUSTERS VAN BARMHARTIGHEID



image 7041


1. Stichting

De congregatie van de Zusters van Barmhartigheid van Ronse werd in 1845 gesticht door priester Stefaan Modest Glorieux om tegemoet te komen aan de groeiende sociale en religieuze noden van de bevolking. Glorieux lag trouwens ook aan de basis van de congregatie van de Broeders van Goede Werken (later Broeders van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes) in Oostakker.

Terwijl de bisschop reeds in 1835 de regel van de Broeders goedkeurde, moesten de zusters nog tien jaar wachten voor hun officiële erkenning. Op 7 augustus 1841 kwam er zelfs een schrijven van de Vereniging der Belgische Bisschoppen van Mechelen dat de vergadering van de “Zusters van Goede Werken” moest worden opgeheven en dat de leden naar hun ouderlijk huis moesten terugkeren. De “vergadering” telde op dat ogenblik dertien
leden en verscheidene inwonende vrouwen en weesmeisjes. Glorieux kon de Belgische bisschoppen echter overtuigen de leden te laten blijven, maar dan zonder hoop op een inkleding.

Op 30 oktober 1845 werden dan de eerste acht vrouwelijke postulanten ingekleed. De congregatie kreeg de naam “Zusters van Barmhartigheid”. Een jaar later werd de regel goedgekeurd. In 1850 werd het patrimonium van de broeders en zusters definitief van elkaar gescheiden. In 1887 beslisten de broeders hun hoofdhuis te verplaatsen naar Oostakker.

2. Groei van de congregatie

Ondanks de moeilijke start kende de congregatie een geleidelijke groei. In 1908 telde ze 560 leden en 29 bijhuizen; op haar hoogtepunt in 1950 was het ledenaantal gestegen tot 745. Vanuit Ronse werden bijhuizen en affiliaties opgericht in de Belgische provincies Oost-Vlaanderen, Antwerpen en Limburg. Ook in Nederland waren de zusters werkzaam. Hun pastorale activiteit speelde zich - in navolging van de zending van hun stichter – vooral af op het terrein van het onderwijs, de bejaardenhulp en de gezondheidszorg. In Nederland concentreerden ze zich op een specifieke tak in de gezondheidszorg, met name op de psychiatrie.
De groei van de congregatie uitte zich niet alleen in nieuwe stichtingen, maar ook in de expansie van het gebouwenpatrimonium. Het moederhuis te Ronse werd al vlug te klein. Kort na de Eerste Wereldoorlog rijpte het plan om het gehele complex te vernieuwen (klooster, pensionaat en normaalschool). Op 24 mei 1934 kon bisschop Coppieters de nieuwe gebouwen inwijden. Naast het imposante klooster en pensionaat waren er ook plannen voor de bouw van een ziekenhuis.

3. De provincies, huizen en affiliaties

In augustus 1956 werd de congregatie gesplitst in een Belgische en Nederlandse provincie. Tot dan werden de huizen in België en Nederland bestuurd door het Algemeen Bestuur dat zetelde in het moederhuis te Ronse. De Belgische provincie bleef verbonden aan het moederhuis, zodat de zelfstandige werking beperkt bleef tot het toewijzen van apostolaatstaken en visitaties in de huizen. De Nederlandse provincie kreeg een vrijwel zelfstandig bestuur, waarbij de eenheid met de Belgische provincie werd bewaard door veelvuldige contacten.

De Belgische provincie bleef nog tot 29 december 1968 onder het rechtstreeks bestuur van de algemene overste. Tijdens het eerste Algemeen Kapittel in 1968-1969 werd het belang van de zelfstandigheid van elke provincie ingezien en beklemtoond.

3.1. De Belgische provincie
In Ronse, plaats van het moederhuis van de congregatie, waren de zusters actief in een pensionaat en een normaalschool. Later kwamen daar een kleuterschool en een beroepsschool bij. De zusters verstrekten ook onderwijs in verscheidene scholen in het centrum van Ronse en in de buitenwijken. Naast het onderwijs richtten de zusters zich ook op de ziekenzorg. In de jaren 1950 werd een kliniek gebouwd.
De zusters waren ook buiten Ronse actief in de ziekenzorg. Speciale aandacht ging hierbij naar de zorg voor bejaarden. In Bilzen (1882) verpleegden de zusters in het hospitaal zowel bejaarden als zieken. In Louise-Marie werden de bejaarden verzorgd in het rusthuis Sint-Leonard.
Naast de al vermelde huizen, kwamen er ook elders stichtingen: Bazel (1855), Laarne (1876), Nukerke-School (1877), Berendrecht (1879), Petit-Enghien (1879), Zulzeke (1879), Hamme Sint-Anna (1885), Sint-Martens-Latem (1888), Ename (1888), Nukerke (1890), Heldergem (1894), Lede (1894), De Klinge (1895), Kerkem (1897), Grote-Spouwen (1898), Beverst (1899), Louise-Marie (1901), Zele-Durmen (1901), Veldwezelt (1935) en Hijfte-Lochristi (1938).

3.2. De Nederlandse provincie
In 1853 kwam er vanwege het College der Regenten van de Godshuizen in
's-Hertogenbosch de vraag om zusters te sturen naar het psychiatrisch instituut Reinier Van Arckel. Veertien zusters vertrokken naar Nederland. Deze specifieke tak van de gezondheidszorg zou de belangrijkste taak worden voor de zusters in Nederland. In 1870 traden de zusters in dienst van het instituut “Coudewater”, in 1885 van het instituut “Voorburg” te Vught en in 1912 te Hees. In 1936 kocht de congregatie te Eindhoven het kasteel “De Burgh”, waar ook psychiatrische patiënten werden ondergebracht. Hier stonden de zusters tot 1983 in voor de verpleging van patiënten; bij gebrek aan werkkrachten werd de zorg toen overgedragen aan openbare instellingen. Op onderwijsgebied stichtten de zusters in 1937 een school te Vorstenbosch.

3.3. Het apostolaat in de missies
In 1937 vertrokken de eerste missiezusters - op vraag van de bisschop van Gent – naar Kongo. Hun eerste vestigingsplaats was Muetshi in de provincie Kasai. In 1948 vertrokken vijf zusters naar Kasansa (400 km van Muetshi).In 1955 werd een nieuwe post gesticht te Gandaijka (35 km van Kasansa). In 1972 werd de missiepost in Lukalaba gesticht. Vanaf 1982 werkten de zusters in het militaire kamp te Bobozo.
Ook in Algerije werden er missieposten gesticht. Vier zusters werkten in de staatsziekenhuizen in Teniet en Ain-Bessem. De gemiddelde leeftijd van de missiezusters steeg snel en vanuit Europa kwamen geen jonge krachten meer. De zusters moesten vanwege hun leeftijd of om gezondheidsredenen hun werk overdragen aan anderen. De missiepost te Lukalaba werd in 1984 overgenomen door de zusters van Notre Dame de Grâce. In 1986 zetten de zusters Theresiennen de materniteit en polikliniek voort in Gandaijka. In Muetshi werden de zusters vervangen door de congregatie van de zusters van de H. Vincentius a Paulo. Het werk te Bobozo werd stopgezet.

4. De congregatie vandaag:

Niettegenstaande het verouderingsproces van de zusters blijven ze in de mate van het mogelijke actief in vrijwilligerswerk, mantelzorg, pastoraal en overlegorganen. Ze willen de fakkel van de stichter Glorieux brandend doorgeven.
  | Afdrukken |Zoeken |SiteMap | Mail ons





Laatste wijzigingen: 27/02/08 @ 19:14 CET | 18.5 msec
© Copyright 2003-2012 Dekenaat-ronse.be
Powered by SiteEdit © 2002-2012