Home | kalender
 
Dekenaat





Vijfde Zondag door het Jaar B
5 februari 2012


   HIJ ONDERRICHTTE

HIJ GENAS

HIJ BAD



Begroeting

Wees welgekomen, hier bijeen, in het huis van de Heer. Hem 
mogen wij noemen + Vader, Zoon en Heilige Geest. Amen.
Wij vragen zijn zegen over onszelf en ons samenzijn.

Openingswoord

Het leven kan zwaar zijn. Mensen in de kliniek weten dat.
Soms worden wij, zoals de spreekwoordelijke man Job,
door lijden getroffen. Misschien is zijn klacht dan ook wel
die van ons: “’s Avonds denk ik: wanneer wordt het morgen?
En ’s morgens: wanneer wordt het avond?”
Rond de Heer Jezus bidden wij, hopen wij dat Hij zijn
welwillende blik op ons laat rusten, dat Hij ons steunend
en bevrijdend tegemoet komt.
Hij is toch ‘Diegene die er is, die er altijd is’ onze God.
Moge Hij in deze viering ook ons
bij de hand nemen en ons oprichten.

Vergevingsmoment

V. Ook en vooral in onze zwakheid en zondigheid
vertrouwen wij ons toe aan God die barmhartig is.

L. – Heer, Gij zijt van bij de Vader gekomen tot bij ons.
Gij bevrijdt ons, Gij leidt ons tot het leven.
Wij vragen U: Heer, ontferm U over ons.
  - Christus, weldoende zijt Gij rondgegaan. Gij waart voor
velen, Gij zijt voor ons steun en genezing. Uw liefde
maakt ons nieuw. Christus, ontferm U over ons.
  - Heer, Gij reikt ons uw hand. Gij doet ons opstaan.
Gij zijt een God die ons doet leven.
Wij smeken U: Heer, ontferm U over ons.

V. Moge de almachtige God in zijn oneindige goedheid
naar ons omzien. Moge in zijn Naam Jezus naar ons
toe komen, ons oprichten, ons vergeven, ons laten
delen in zijn volheid van leven. Amen.

Lofprijzing

Laudate omnes gentes, laudate Dominum ! (2)
Loof alle volkeren, loof de Heer !

Openingsgebed

V. Almachtige Vader, allen die zich zwak en kwetsbaar weten,
allen die gebukt gaan onder lijden en miserie, vinden
bij U vertroosting en sterkte. Geen mens laat Gij alleen.
A. Kom naar ons toe als lijden ons treft, als de dagen traag
aan ons voorbij gaan en de toekomst zonder uitzicht is.
Genees ons van alle kwalen.
Wees Gij de rots van ons vertrouwen.
Blijf ons met uw liefdevolle zorg omringen.
Zo bidden wij U, één in Jezus Christus, en in de kracht
van uw Heilige Geest, God van de eeuwen. Amen.



Eerste lezing (Job 7, 1-4, 6-7)
Wij lezen uit het boek Job.

Zusters en broeders,
Het aardse leven gelijkt soms op slavendienst.
Als een dagloner zwoegt hij van de morgen tot de avond.
Als een slaaf smacht hij naar wat rust in de schaduw,
als een dagloner ziet hij uit naar zijn loon.
Maanden lang werkte ik uitzichtloos door in duisternis en
leegte, nachtenlang bracht ik door in ellende en getob.
’s Avonds al dacht ik: wanneer wordt het toch morgen.
En ’s morgens: wordt het toch maar vlug avond!
Onrust en angst vervullen mij dag en nacht.
Mijn dagen schieten aan mij voorbij, sneller dan een
weversspoel en vliegen af op een einde zonder uitzicht.
De draad is straks ten einde.
In een zucht is het leven voorbij.
Geluk heb ik niet meer te verwachten.
Nooit zal ik nog een goede dag meemaken,
nooit nog zullen mijn ogen geluk aanschouwen.
Woord van de Heer.
Wij danken God.

Evangelie (Marcus 1,29-39)  Wij lezen uit het heilig
evangelie van onze heer Jezus Christus volgens Marcus.

Na de dienst in de synagoge ging Jezus regelrecht naar het
huis van Simon en Andreas. Ook Jakobus en Johannes
gingen met Hem mee. Nu lag daar
de schoonmoeder van Simon te bed,
geveld door een hevige koortsaanval.
Meteen werd dat aan Jezus doorverteld.
Hij stapte op haar toe, nam ze bij de hand
en hielp haar overeind. De koorts viel op
datzelfde moment van haar af zodat ze
onmiddellijk in staat was hen te bedienen.

's Avonds, toen de zon was ondergegaan,
(en de plicht van de sabbatrust dus ten einde was,)
brachten allen zieken en ook mensen die onder demonen
te lijden hadden, tot bij Hem. Heel de stad was ondertussen
samengestroomd voor de deur. Hij genas vele zieken
van allerlei kwalen, en Hij dreef veel demonen uit.
Maar Hij liet nu de demonen niet spreken, omdat ze wisten
wie Hij was. (Nederigheid en voorzichtigheid brachten Hem er
toe zijn identiteit verborgen te houden. Zo stond Hij tot een heel
stuk in de nacht hen ten dienste.)
En toch stond Hij in alle vroegte op, het was nog nacht.
In alle stilte verdween Hij naar een eenzame plaats
en bleef daar geruime tijd bidden.
Simon en zijn metgezellen gingen Hem achterna en zochten
Hem. Toen ze Hem uiteindelijk hadden gevonden, zeiden ze:
“Iedereen is op zoek naar U!”
Maar Hij zei hun: “Laten we maar naar ergens anders gaan,
naar een van de dorpen in de buurt. Het is mijn roeping en mijn
bedoeling om ook daar aan de mensen het goede nieuws
te gaan verkondigen.”
Zo trok Hij geheel Galilea door, las voor en predikte in hun
synagogen en bevrijdde vele mensen van demonen.
Woord van de Heer!
Alleluja!

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God, de almachtige Vader,
schepper van hemel en aarde.
En in Jezus Christus, zijn enige Zoon onze Heer.
Hij is ontvangen van de Heilige Geest en geboren
uit de maagd Maria. Hij heeft geleden onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven.
Hij is nedergedaald ter helle en de derde dag
uit de doden verrezen. Hij is opgevaren ten hemel
en zit aan de rechterhand van God, zijn almachtige Vader.
Vandaar zal Hij komen om doden en levenden te oordelen.
Ik geloof in de Heilige Geest, in de heilige universele Kerk,
in de gemeenschap van alle heiligen
en de vergeving van de zonden.
Ik geloof in de verrijzenis van het lichaam
en het eeuwige leven. Amen.
(Oecumenische geloofsbelijdenis)

Voorbeden

V. Laten wij, juist zoals de leerlingen toen in Kafarnaüm,
de Heer spreken over wie het moeilijk hebben of ziek zijn
en bidden voor hen en ook voor onze eigen moeilijkheden.

L. 1. Voor onszelf en alle christenen: dat wij biddende mensen
zijn en groeien in vreugdevolle vrijheid en dienstbaarheid.
Dat de Heer Jezus ons genezend tegemoet komt en
ons de vreugde geeft van zijn liefdevolle nabijheid.
Laten wij bidden.

Van uw barmhartigheid en uw trouw
zal ik altijd zingen, Heer.

   2. Voor wie zich inzetten voor de verkondiging van het
evangelie en voor de dienst aan mensen. Dat zij
er met heel hun hart mogen bij zijn en dat hun inzet
vrucht mag dragen in geloof en genezing.
Moge de Blijde Boodschap voor allen bron van leven zijn.
Laten wij bidden.

   3. Voor mensen die in hun gezondheid zwaar beproefd
  worden, vooral voor hen die zonder uitzicht zijn
of in donkere duisternis geen uitweg, geen licht meer zien.
Dat medemensen hen de hand reiken en dat zij daarin
de nabijheid van de Heer, zijn liefde ervaren.
Laten wij bidden.

  
  
4. Voor mensen die de zorg en het lijden van hun
medemensen diep in hun hart mee dragen:
dat zij staande blijven en kracht vinden om vol te houden.
Dat zij steun en genezing brengen en veel mogen
betekenen voor wie aan hun liefde zijn toevertrouwd.
Laten wij bidden.

Van uw barmhartigheid en uw trouw
zal ik altijd zingen, Heer.

V. God, Gij zijt de grond van ons bestaan en Gij luistert
naar ons bidden. Voorzie in wat goed is voor ons en
laat ons delen in de vreugde van uw leven, in Jezus
Christus, uw Zoon onze Heer. Amen.


Hij kent onze droefheid

en van onze miserie

  heeft Hij weet

Gebed over de gaven

  V. Bid, zusters en broeders, dat ons offer aanvaard
kan worden door God, de almachtige Vader.
  A. Moge de Heer dit offer uit uw handen aannemen
tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons
en van heel zijn heilige Kerk.
V. Heer God, Gij hebt gewild dat de mens in Brood en Wijn
de kracht vindt om te leven. Maak deze gaven
die wij U uit uw schepping aanbieden, tot sacrament
van uw Aanwezigheid.
A. Wij weten dat wij zwak en zondig zijn, maar vertrouwen
op uw Woord. Als Gij met ons zijt, dan wordt onze
armoede tot overvloed en durven wij zelfs roemen
op onze zwakheid, omdat Gij er zijt, altijd.
In Jezus Christus onze Heer. Amen.
Eucharistisch Gebed

V. Heilige Vader, machtige eeuwige God, om recht te doen
aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden,
zullen wij U danken, altijd en overal.
Gij hebt uw kinderen die van U waren vervreemd, op-
nieuw bij U willen samen brengen. Nooit laat Gij hen los.
Gij hebt ons uw Zoon gegeven, zelfs tot in de dood op het
kruis. Zo grenzeloos is uw liefde voor ons. En ook
uw Heilige Geest, uw diepste levenskracht, hebt Gij ons
meegedeeld, opdat wij delen in de volheid van uw leven.
A. Lichaam van Christus zijn wij en tempel van uw 
Heilige Geest. Zo werd uw volk op aarde, uw Kerk, 
geboren uit U, drie-ene God van liefde.
En ook heel uw wonderbare schepping hebt Gij
aan onze handen toevertrouwd
om ze te behoeden en verder uit te bouwen.
In uw naam mogen wij over alles heersen en U altijd prijzen
om het werk van uw handen door Christus onze Heer.
V. Wij loven U, Heer God, om uw veelvuldige wijsheid,
om de oneindigheid van uw liefde aan ons gegeven.
Wij aanbidden wij U met alle engelen en heiligen
en zeggen U lof toe vol vreugde:

Heilig, heilig, heilig de Heer,
de God der hemelse machten!
Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid.
Hosanna in den hoge.
Gezegend hij die komt in de naam van de Heer.
Hosanna in den hoge.

V. Ja, Gij Heer zijt de Heilige en U looft heel de schepping
want Gij geeft al wat leeft de adem van het leven
en heiligt het tot uw Rijk. Gij houdt niet op uw volk bijeen 
te brengen vanaf de einden van de aarde.

A. Vanwaar de zon opgaat tot waar zij neerdaalt
wordt aan uw naam de lof gebracht door Hem die onze 
Meester is, Jezus Messias uw Zoon, in wie de kracht zich 
baan breekt van uw scheppende Heilige Geest.
V. Daarom bidden wij en smeken: neem deze gaven aan.
Wij staan ze af aan uw tafel. Heilig ze door uw Geest
om lichaam en bloed te worden van onze Heer Jezus 
Christus, op wiens gezag wij deze geheimen vieren.
   Want Hij nam in de nacht dat Hij werd overgeleverd het
brood en sprak de dankzegging terwijl Hij U loofde
en prees. Hij brak het en gaf het aan zijn leerlingen
terwijl Hij zei:
    Neem en eet hiervan, gij allen, want
  dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt.

    Evenzo na de maaltijd nam Hij de beker
en dankzeggend loofde en prees Hij U opnieuw
en gaf hem aan zijn leerlingen met de woorden:
   Neem deze beker en drink hier allen uit
  want dit is de beker van het nieuwe,
  altijddurende verbond.
  Dit is mijn bloed dat voor u en alle mensen
  wordt vergoten tot vergeving van de zonden.
  Blijf dit doen om Mij te gedenken.

V. Verkondigen wij het mysterie van ons geloof.
A. Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden
tot Gij wederkeert, dat Gij verrezen zijt.

V. Daarom gedenken wij Vader, het heilzame lijden
van uw Zoon en zijn verrijzenis.
Wij gedenken zijn opstijgen naar de hemel en
verwachten dat Hij eens zal wederkomen.
  Ondertussen brengen wij voor U onze dank
en dragen U op dit levende en heilige offer.
A. Zie neer, zo smeken wij, op deze offergave van uw
volk en neem het offer aan van Hem
in wie Gij uw welbehagen hebt.
Geef dat wij door dit lichaam en bloed van uw Zoon,
vervuld van de heilige Adem van het leven,
één lichaam worden en één bloed in Christus.
V. Hij moge ons maken tot een eeuwige gave aan U,
opdat wij met uw uitverkorenen mogen opgaan
naar het land dat Gij ons geven wilt en dat wij
samen mogen beleven en delen,
samen ook met de Maagd en Moeder van onze God,
Maria, met uw apostelen en martelaren die tot uw eer
van U hebben getuigd, tot en met door hun bloed,
en ook met al uw heiligen die altijd voor ons bidden.
A. Moge dit offer, zo bidden wij U, ons met elkaar verzoenen
en tot vrede strekken voor heel de wereld.
Bevestig uw Kerk die nog in ballingschap onderweg is
zolang de wereld duurt. Maak haar één in liefde en
geloof, in eenheid met uw dienaar paus Benedictus,
met onze bisschop Luc, en met geheel de
samenhorige kring van uw gewijde dienaren.
V. Wees steeds deze gemeenschap die van U is, behulpzaam
nabij. Gij hebt ons geroepen om hier voor U te staan.
Breng al uw verstrooide kinderen van overal bijeen
in uw goedheid, o barmhartige Vader.
Ook onze broeders en zusters die ons zijn voorgegaan,
hen allen die uit deze wereld zijn overgegaan naar uw Rijk 
om daar Jezus Messias uw Zoon te ontmoeten,
laat hen binnengaan waar ook wij hopen eens
en voor altijd te worden verzadigd met uw heerlijkheid.
A. Zo bidden wij, nu reeds verenigd in Jezus Christus
onze Heer, in wie Gij aan de wereld rijkelijk alles wilt
schenken wat goed is. Want door Hem en met Hem en
in Hem, zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God,
almachtige Vader, in de eenheid van de Heilige Geest,
hier en nu en tot in eeuwigheid. Amen!
Onze Vader

Jezus stond op, heel vroeg in de morgen, en ging naar buiten
naar een eenzame plaats om er te bidden, om in de liefde te
vertoeven van God zijn Vader. Laten wij met Hem meebidden.
Onze Vader…

Vergeef ons Heer, wanneer wij kronkelwegen gaan.
Neem ons, in uw barmhartigheid, bij de hand.
Houd ons op de rechte weg.
En als wij toch verkeerde wegen gaan, als wij voor het onrecht
onze ogen willen sluiten, geef ons uw licht en uw kracht.
Bevrijd ons wanneer wij vast zitten in onszelf.
Want Gij wilt ons nabij zijn en met uw liefde genezen
in Jezus Messias, uw Zoon.
Want van U is het Koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

Vredewens

Vrede is van oudsher de droom van mensen.
Maar heel de geschiedenis, Vader, toont ons hoe wij
die zo zelden waar maken. Leg uw vrede in ons hart,
maak ons groter dan onszelf. Vervul ons samenzijn met vrede,
met eenvoud en verwondering, verbondenheid en vriendschap.
Opdat uw vrede woont in ons hart en in ons midden,
door Jezus Christus, onze Heer.
Die vrede van de Heer, zij altijd met u.
En met uw geest.

  Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt,
ontferm U over ons.
  Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt,
ontferm U over ons.
  Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt,
geef ons de vrede.
Communie

God, uw nabijheid en uw Liefde in Jezus, zijn voor ons
als Brood en Wijn, als Voedsel en Vreugde aan ons gegeven.
Nooit zijn wij die gratis Gave van U waardig.
Genees ons van slordigheid en onverschilligheid.

Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt,
maar spreek en ik zal gezond worden.

Bezinning
Gij badt op enen berg alleen,
en … Jesu, ik en vind er geen
waar ‘k hoog genoeg kan klimmen
om U alleen te vinden:
de wereld wil mij achterna,
alwaar ik ga of sta,
of ooit mijn ogen sla;
en arm als ik en is er geen,
geen een,
    die nood hebbe en niet klagen kan;
die honger en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan
hoe zeer het doet!
O leer mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!

Guido Gezelle 1859






Slotgebed

V. Heer God, het is uw wil dat wij de éne beker, het éne brood
met elkander delen. Wij vragen U zo te mogen leven
dat wij één zijn in Christus, in zijn liefde,
tot vreugde voor onszelf en tot heil van alle mensen.
A. Ja, Heer God, voor ons, zieke en zwakke mensen, hebt Gij
een Maaltijd aangericht. Met lege smekende handen zijn
wij hier naar U gekomen. Gij zendt ons nu heen met
de overvloed van uw liefde.
Laat ons verder op U blijven vertrouwen en geef
dat wij voor het oog van de mensen,
een licht zijn dat uw grootheid openbaart,
in Jezus Christus onze Heer. Amen.

Zending en zegen

Ook vandaag weer hoorden we hoe Jezus dag en nacht
voor mensen in de weer was en genezing bracht.
en biddend leefde vanuit de liefde van zijn Vader.
Leid ons op uw weg, Heer Jezus.

Zegene ons daartoe de almachtige God die voor ons
+ Vader is, en Zoon en Heilige Geest. Amen.

Gaat nu allen heen onder Gods vrede!
Wij danken God!

Moge heel de week die komt, getekend zijn door dit samenzijn.
Moge heel ons leven beeld zijn van wat wij hier beleefden.



  | Afdrukken |Zoeken |SiteMap | Mail ons





Laatste wijzigingen: 01/02/12 @ 22:29 CET | 36 msec
© Copyright 2003-2012 Dekenaat-ronse.be
Powered by SiteEdit © 2002-2012